Podcast: Homeopathie, 1

transcript, leeslijst

Samuel Hahnemann

Transcript

Welkom bij luminati.be. Mijn naam is Frank. Ik schrijf en vertel graag verhalen over complottheorieën, schijnwetenschap en desinformatie.

Binnen enkele dagen begint de week van de homeopathie. Dat is een jaarlijkse campagne van de sector om enerzijds de geboortedag van bedenker Samuel Hahnemann te vieren, namelijk 10 april 1755, en anderzijds om de vermeende voordelen van zijn geesteskind, de homeopathie, in de bloemetjes te zetten. Een reden om er hier en nu iets over te vertellen.

Twee delen heb ik. In het eerste leg ik aan de hand van een product uit wat homeopathie wel en wat het niet inhoudt. In deel twee vertel ik over de reacties van wetenschappelijke en filosofisch-ethische aard.

Wat is homeopathie (niet)?

Het onderwerp van deze podcastaflevering is de klassieke homeopathie en niet wat men in de volksmond ‘homeopathie’ noemt. En dat verschil kan zeer groot zijn. Voor heel wat mensen gaat homeopathie over al dan niet natuurlijk, niet-chemische geneesmiddelen, of wat daarvoor moet doorgaan. Vaak neemt men aan dat het zowat elk middel is, dat niet door de farmaceutische industrie geproduceerd wordt. Afkeer van Big Pharma is een constante onder heel wat aanhangers van alternatieve geneeskunde in het algemeen en homeopathie in het bijzonder.

Om het tweede grote misverstand uit de weg te ruimen: homeopathie is geen fytotherapie, het is geen kruidengeneeskunde. Drie redenen hiervoor. Ten eerste, in kruiden- of plantengeneeskunde worden per definitie alleen plantaardige ingrediënten gebruikt. In de homeopathie worden naast plantaardige ingrediënten ook dierlijke bestanddelen, metalen, stenen en zelfs elektromagnetische fenomenen in de producten verwerkt.

Ten tweede, in kruidenmiddelen zit per definitie ook een detecteerbare actieve stof in. Een klassiek voorbeeld is Sint-Janskruid, dat vaak ingenomen wordt tegen depressieve stemming. Het kan echter een negatieve invloed uitoefenen op bijvoorbeeld diverse kankerbehandelingen, chemotherapeutica en hormoontherapie. Homeopathische producten hebben dat effect niet, net omdat er geen actief bestanddeel in het middel aanwezig is.

Tot slot kent fytotherapie niet de restrictie die het wezen van de homeopathie uitmaakt: het gelijke wordt door het gelijke genezen. Ik kom er zo dadelijk op terug.

Aangezien homeopaten hun producten als geneesmiddelen beschouwen, wil ik eerst uitleggen wat in de conventionele geneeskunde bedoeld wordt met een gemiddeld medicijn. Dat bevat normaal gezien twee soorten stoffen: één of meerdere werkzame stoffen, actieve bestanddelen dus, en hulpstoffen.

Kijken we naar pakweg een Dafalgan 600 mg zetpil, dan lezen we in de bijsluiter dat de actieve bestanddelen paracetamol en fenacetine zijn, dat één zetpil 600 milligram van die actieve stoffen bevat en dat dit geneesmiddel zowel pijnstillend als koortsverlagend werkt.

Naast actieve bestanddelen bevat een geneesmiddel mogelijk meerdere hulpstoffen. Die kunnen dienen om de houdbaarheid van het medicijn te verbeteren of om de vorm, kleur of smaak te bepalen, vaak in functie van de wijze van toediening. Een zetpil heeft andere hulpstoffen dan een bruistablet met hetzelfde actieve bestanddeel. Oneigenlijke toediening van één van beide maakt meteen duidelijk waar het verschil zit. In een ideale wereld hebben die hulpstoffen geen effect op het menselijk lichaam. In de realiteit kunnen ze in zeldzame gevallen allergische reacties veroorzaken.

Verder vermeldt een bijsluiter naast het doel en de dosering van het middel, ook vaak specifieke richtlijnen, eventuele bijwerkingen, conflicten met andere medicijnen of mogelijke allergische reacties. Komen daarbij de adviezen van de voorschrijvende arts en de apotheker. Al die aspecten van medicijnen moeten ernstig genomen worden: geneesmiddelen zijn niet onschuldig. Het zijn geen snoepjes.

Het geval Oscillococcinum

Wat homeopathie wél inhoudt, vertel ik aan de hand van de bijsluiter van een van de populairste homeopathische middelen ooit: Oscillococcinum (ossilo-koksinum), en meer bepaald in globules. Globules zijn kleine bolletjes die in dit geval bestaan uit de hulpstoffen lactose en sacharose, melksuiker en tafelsuiker. Andere homeopathische middelen worden geproduceerd in de vorm van granulen, capsules, druppels, poeders, zetpillen of zalven.

Voor het zogenaamd actieve bestanddeel van Oscillo moet ik er een Latijns woordenboek en wat oudere naslagwerken bij halen. Het papier in het doosje vermeldt namelijk “Anas barbariae hepatis et cordis extractum” gevolgd door “200K”. En dat ga ik ontleden.

Anas barbaria is een bijzondere Latijnse naam voor muskuseend. Het lijkt een lekenvertaling voor het Franse canard de Barbarie, maar dan niet gehinderd door enige kennis van de geijkte terminologie. De huidige Latijnse naam voor die eend luidt Cairina moschata. Linnaeus gaf het dier in de achttiende eeuw de naam Anas moschata. Het is niet bijzonder dat een dier in de loop der tijden een ander label opgeplakt krijgt, maar Anas barbaria is alleen terug te vinden in de context van dit homeopathisch product.

Muskuseend (Cairina moschata)

Hepatis verwijst dan weer naar de lever. U vindt het woord terug in hepatitis, wat eigenlijk ontsteking van de lever betekent. Cordis is nauw verwant aan het Franse woord cœur en het Nederlandse woord cordiaal, hartelijk. Kortom, het gaat hier over het hart en de lever van de muskuseend.

Duidelijke taal is alvast geen ingrediënt van de bijsluiter. Ik vraag me af waarom de Nederlandse vertaling er niet bij staat, niet in de Belgische, niet in de Nederlandse bijsluiter. Het lijkt me nochtans geen overbodige luxe om de Latijnse dikdoenerij achterwege te laten en klare taal te hanteren. Het gaat tenslotte over producten die verkocht worden als geneesmiddelen.

Verder mag men begin 21ste eeuw ook duidelijke informatie geven aan bevolkingsgroepen die erop staan om geen producten te consumeren die op welke manier dan ook dieronvriendelijk zijn. Er worden trouwens verrassend veel dieren in homeopathische granules en globules gedraaid, allemaal gemaskeerd met behulp van Latijnse benamingen: kevers, bijen en een hele hoop andere insecten; allerhande vogels en hun onderdelen, zoals vogelpluimen, vogelogen, vogelbloed; steuren; padden; slangen; schorpioenen, knaagdieren en zelfs het onbestemde ‘carbo animalis’, verkoolde dierlijke botten. Welke beesten? Geen idee.

Terug naar mijn overzicht. Extractum en 200K, dat zijn twee zaken die verwijzen naar het productieproces, maar da’s voor straks. Achter het ontwikkelen en produceren van homeopathische middelen zit een filosofie die eigenaardig genoeg niet samen te vatten valt met de woorden “als het geneest, dan is het goed”!

Homeopathie is daarentegen gebaseerd op het gelijksoortigheidsbeginsel, of -principe of -wet. Op de website van Unio Homoeopathica Belgica lees ik:

Deze wet houdt in dat een geneesmiddel [en men bedoelt hier homeopathisch product], dat symptomen kan verwekken bij een proefneming op een gezonde mens, die zelfde symptomen bij een zieke kan genezen.

Het verhaal gaat dat een gezonde Hahnemann een dosis van de kinabast of kinine innam en symptomen begon te vertonen die erg deden denken aan malaria. Dat was voor hem de reden waarom kinine het meest probate middel tegen malaria was. Dat malaria veroorzaakt wordt door parasieten en dat kinine die parasieten doodt, dat wist men toen nog niet.

Nu, voor Hahnemann en de zijnen maakt het geheel niet uit wat de ziekte veroorzaakt. Hij drukte erop dat homeopathische dokters zich enkel bezig houden met het bestuderen en bestrijden van symptomen, niet met het onderzoeken en bestrijden van mogelijke oorzaken. En dat lijkt mij als leek een wel héél beperkende en verarmende visie.

Het gelijksoortigheidsbeginsel vatte de bedenker van de homeopathie samen met de Latijnse frase similia similibus curentur. Het gelijke wordt door het gelijke genezen. En dat is voor een leek als mij opnieuw een heel aprioristisch en dus beperkend uitgangspunt. Niet de zieke patiënt staat centraal, maar een abstract principe dat een dogmatische achttiende-eeuwse dokter bij elkaar heeft gescharreld op basis van een selectieve interpretatie van oude teksten.

Want voor dat gelijksoortigheidsbeginsel verwijst Hahenmann onder meer naar Hippocratische geschriften. De eerder vernoemde Unio Homoeopathica Belgica en zowat alle andere verenigingen die homeopathie aanprijzen en dus verkopen, schrijven deze wet toe aan Hippocrates van Kos, die vaak de vader van de geneeskunde wordt genoemd. En daarbij laten ze historische en filologische overwegingen en nuances voor wat ze zijn.

Het is hier niet de plaats om het leven en het werk van Hippocrates te bespreken. Eigenlijk weten we alleen maar dat die oude Griek geleefd heeft tussen zo ongeveer 460 en 370 v.Chr., dat hij een arts was en dat alles wat we over hem denken te weten, aan hem wordt toegeschreven. Strikt genomen was hij dus zeker niet de auteur van de teksten die zijn naam dragen. Maar dat is nu van secundair belang.

Er is hier iets anders aan de hand: ten eerste is de verwijzing naar Hippocrates een beroep op traditie en op autoriteit, en dat zijn twee schijnargumenten. De verwijzingen naar de legendarische vader van de geneeskunde zijn steeds weer te horen of te lezen in homeopathische kringen. Heel veel beroep op het menselijke associërend vermogen is er niet nodig om Hippocrates als de eerste homeopaat te beschouwen.

Ten tweede bezondigen zowel de achttiende-eeuwse vader van de homeopathie als zijn moderne volgelingen zich aan een zeer selectieve lezing van de Hippocratische geschriften die grenst aan het manipulatieve. Hahnemann en acolieten beweren namelijk dat het gelijksoortigheidsbeginsel de oude Griek bekend was. Dat is op zich niet helemaal fout. Maar ze verzwijgen wel dat in diezelfde Hippocratische geschriften staat dat geneeswijzen die reacties opriepen tegengesteld aan de symptomen, óók gebruikt moeten worden. Meer nog: tegengesteld, gelijksoortig, het maakte de opstellers van de Hippocratische geschriften geen hol uit. Zolang de patiënt maar beter werd!

Zo lees ik in de Hippocratische geschriften:

Een andere manier om pijn weg te nemen is het volgende: een ziekte ontwikkelt zich door middel van z’n gelijke en wordt genezen door het gebruik van de gelijke.

Dat is de uitleg waarnaar Hahnemann en zijn supportersschare graag naar verwijzen.

Maar drie zinnen eerder schreef de auteur:

De oorzaken van de klachten zullen verwijderd worden door middel van hun tegengestelden, elk volgens hun eigen kenmerken. […]

Een alinea later krijgen we nog eens een samenvatting:

De koorts bij een ontsteking wordt veroorzaakt en genezen door dezelfde agens. Op andere momenten zal de aandoening genezen worden door het tegengestelde van de oorzaak.

U kan de stug volgehouden intellectuele oneerlijkheid en manipulatie door homeopaten rustig aftoetsen in het Grieks en pakweg het Frans, bijvoorbeeld in de beroemde vertaling van Littré [pagina 335]. Een volledige verwijzing vindt u op de website luminati.be.

In zijn Organon gaat Hahnemann zelfs nog een stap verder. Hij schrijft dat het tegengestelde van het gelijksoortigheidsbeginsel, contraria contrariis, een uitvindsel is van de vermaledijde “hypothesenbrouwer” Galenus. Ik citeer:

Sedert de geneesheren den Hippocratischen weg der zuivere ondervinding hebben verlaten, en in de zamenstelling van verscheidene systema’s vervallen zijn, had men de stelling van Galenus: “contraria contrariis curentur” als den schijnbaar meest natuurmatigen grondregel, bijna algemeen tot de genezing van alle ziekten aangenomen.

Ik vond het verouderde Nederlands gepast in de context van verouderde geneeskunde en koos de vertaling uit 1827 van Hahnemanns Organom als mijn bron. Ook omdat die online te vinden is. Ook hier.

Claudius Galenus (gestorven in 199 na Christus) was een Grieks-Romeinse arts wiens theorieën 1500 jaar lang de basis vormden voor de medische wetenschap in West-Europa en het Midden-Oosten. In de zestiende eeuw ondervond Andreas Vesalius heel veel tegenkanting omdat hij Galenus durfde te corrigeren. Twee, drie eeuwen later werd Galenus beschouwd als de usurpator, de verkrachter van de theorieën van Hippocrates, ook door Hahnemann.

Onderzoeker George Weisz vat laconiek de afkeer van homeopaten tegenover Galenus samen in zijn essay voor het boek Reinventing Hippocrates. Weisz bespreekt de vraag waarom aanhangers van de homeopathie een beroep doen op Hippocrates:

Er zijn vrij banale antwoorden, zoals de tijdloze noodzaak bij niet-orthodoxen door de eeuwen heen om de patronage in te schakelen van algemeen gerespecteerde autoriteiten. […] Er was een gerelateerde nood om een historisch kader te schetsen voor ideologische opponenten, zoals de demonisering van Galenus aantoont.

Samengevat: Hahnemann en co vernauwen hun idee van geneeskunde tot homeopathie of homoiopathie (van het Griekse woord homoios, dat gelijk betekent). Ze verketteren de dokters die ook andere of tegengestelde benaderingen willen onderzoeken of gebruiken. En dat is een verarming op basis van een vage idee die ideologie is geworden!

Hahnemann noemt alles wat geen homeopathie is allopathie, van het Griekse woord allos, ander. Voor deze stellingname beroepen Hahnemann en de zijnen zich op antieke geschriften en op de naam van de vader van de geneeskunde Hippocrates. Maar die goeie ouwe Hippocrates propageerde de idee dat alle vormen van geneeskunst het overwegen waard waren, zolang ze de patiënten maar beter maken. Haakser op de ideeën van Hahnemann en andere homeopaten kan je het niet bedenken.

Joseph Roy en zijn eend

Maar hoe vertaalt dat gelijksoortigheidsbeginsel zich nu in het geval van onze casus, van Oscillococcinum? De Franse dokter Joseph Roy vond in 1925 kleine, schijnbaar wriemelende deeltjes in het bloed van patiënten die leden aan de Spaanse Griep. Later vond hij soortgelijke bewegende partikels in het bloed van patiënten met ziektes als bof, eczeem, gonorroe, reuma, schurft, syfilis, tuberculose, waterpokken en in de tumoren van kankerpatiënten.

Het is absoluut niet duidelijk wat Roy gezien heeft. Misschien kleine partikels die door de zogeheten Brownse beweging een eigen onregelmatig bewegingspatroon vertonen. Hoe dan ook, de bewegende deeltjes gaf hij de naam oscillokokken, naar analogie met ziekteverwekkende bacteriën als streptokokken en pneumakokken.

Roy dacht dat die oscillokokken van endogene, lichaamseigen oorsprong zijn, dat ze een inferieure bestaansvorm zijn van de cellen van het zieke organisme. Hij dacht verder ook dat hij daarmee dé oorzaak had gevonden van alle ziektes, inclusief kanker en hij schreef het boek Op weg naar de kennis en genezing van kanker.

Op zoek naar een remedie, kwam Roy uit bij de muskuseend, en meer bepaald bij het hart en de lever van dat beest. De redenen hiervoor zijn totaal onbekend. Het goede nieuws is dat we nu wel terug bij onze eend zijn aanbeland. Het slechte nieuws is dat het verhaal er niet beter of smakelijker op wordt. Luisteraars die de details van de bereidingswijze liever niet vernemen, kunnen bij de bieptoon deze uitzending best even onderbreken en een halve minuutdoorspoelen.

Uiteraard draait men bij huidige producent Boiron de eendenlevers en -harten niet rechtstreeks in de pillen, maar gebruikt men een extract op basis van die twee ingrediënten. Meer dan waarschijnlijk bedoelt men hiermee de oertinctuur: een homogene substantie op basis van. Ik heb geen idee hoe Boiron dit aanpakt. Maar de bereidingswijze die dokter Roy toepaste, is wel gekend. Het Franse Afis, een vereniging die wetenschappelijke informatie verspreidt, geeft meer uitleg.

[BIEP]

De eend wordt onthoofd en ontdaan van de lever en het hart. Die steekt men in een ballon die gevuld is met een gezuiverde organische vloeistof. Na 40 dagen zijn de weefsels vanzelf ontbonden, autolyse in het medisch jargon. Dit gebeurt zonder externe besmetting maar creëert een massa oscillokokken, aldus dokter Roy. Het ontbonden weefsel wordt gefilterd en verdund volgens “een ritueel vergelijkbaar met Hahnemaniaanse homeopathie”. Ik kon niet achterhalen hoe Roy dit verder aangepakt heeft en weet dus ook niet zeker hoe ik de frase “een ritueel vergelijkbaar met Hahnemaniaanse homeopathie” moet interpreteren.

[Biep]

Nog twee opmerkingen bij dit stuk. Ten eerste bezorgde Joseph Roy het recept aan Laboratoires Homéopathiques Modernes, die als eerste Oscillococcinum op de markt brachten. In 1966 werd dat bedrijf overgenomen door Boiron.

Ten tweede is dit product helemaal niet conform de zelfopgelegde beperkingen: het gelijkheidsprincipe gaat over de gelijkenis tussen symptomen en producten, niet over gelijkenis tussen ziekteverwekkers, waartegen Hahnemann en de zijnen meermaals waarschuwen. Of we het pragmatisme van dokter Roy nu toejuichen of ‘s werelds grootste producent van homeopathie verdenken van hypocrisie, feit blijft dat het meest succesvolle homeopathisch product strikt genomen niet aan de klassieke homeopathische richtlijnen voldoet.

Proefneming

Volgens de theorieën die homeopaten naar eigen zeggen aanhangen, zou er tussen het filteren en het maken van het homeopathisch eindproduct een proefneming moeten gebeurd zijn. Er is in de literatuur geen informatie over zo’n proefneming overgeleverd voor Oscillococcinum, het papje van geautolyseerde eendenhart en -lever. Maar ik wil toch beschrijven hoe zo’n proefneming zou verlopen.

Het is een onderzoek waarbij het homeopathisch middel in ruwe, dan wel gepotentieerde vorm aan gezonde vrijwilligers wordt gegeven.

Ik laat eerst Hahnemann aan het woord:

We moeten ons dus uitsluitend houden aan de pathologische bijzonderheden en conditieveranderingen, die de medicamenten in het gezonde lichaam kunnen opwekken en bedenken dat alleen die storingen ons duidelijk kunnen maken, welke geneeskracht de middelen bezitten.

Vrijwilligers noteren welke verschijnselen en symptomen de te testen stof bij de gezonde mens kan oproepen. En dit gaat ver: een gezonde proefpersoon ‘scant’ een maand zichzelf. Ik citeer de homeopaat Vanja Wierenga:

Ik loop mijn hele lichaam langs, van oren, neus, hoofd tot alle organen, hoe ik me voel en waarneem, tot aan mijn tenen toe. Dit normaal functioneren van mijn lichaam wordt afgetrokken van de veranderende zaken tijdens de proving, dus die het homeopathische middel opwekken in mij. […]

Na inname van het middel registreer ik nu al 2 maanden al mijn symptomen. Van de kleur van mijn snot, de geur van mijn ontlasting, tot mijn menstruatie; alles wat anders is dan normaal schrijf ik op. De coördinator ordent al deze informatie en legt ze naast die van alle andere provers. Zo komt er dan een homeopathisch beeld, een portret, van het geteste middel uit. Dit heet Materia Medica.

Resultaat: een ellenlange lijst met mogelijke symptomen waartegen een product kan helpen. Voor Arnica montana, een gele bloem, vind ik o.m. beschrijvingen van gemoedstoestanden onder andere het zien van overleden personen, het bezoeken van begraafplaatsen, hallucinaties, paronoia, gearresteerd worden. Bij de sectie “gewaarwordingen” vind ik hoofdpijnen bij het wakker worden tot 10 uur ‘s morgens, in de namiddag, tot 9.00 u ‘s avonds. Ik lees over pijn aan de ogen, bloedende oogleden, samengetrokken pupillen, wijd opengesperde pupillen, pijn aan elk mogelijk onderdeel van de ruggengraat op elk denkbaar tijdstip, … Pagina’s en pagina’s lang. En, Hahnemann indachtig, dit zijn gevolgen van inname door gezonde mensen.

Als er pakweg 500 mensen aan zo’n proefneming deelnemen, dus aan zelfreportage doen na het nemen van een homeopathisch middel, dan besluit mevrouw Wierenga daar wel heel optimistisch uit dat het homeopathisch middel op 500 mensen getest is. En daarbij impliceert ze dat zo’n homeopathische proefneming op hetzelfde niveau staat als een klinische studie van conventionele geneesmiddelen. De proefneming is naast het gelijksoortigheidsbeginsel een belangrijke pijler van de homeopathie.

Verdunnen, schudden, verdunnen

Bij de proefneming wordt vaak een gepotentieerde vorm van de oertinctuur gebruikt. Onder potentiëren, aldus homeopathie.nl, verstaat men “ het farmaceutisch bereidingsproces waarbij het homeopathisch geneesmiddel door middel van verdunnen en schudden / verwrijven in stappen wordt bereid.” Merk op dat de website het heeft over ‘farmaceutisch bereidingsproces’ en ‘geneesmiddel’. Elke stap in dit productieproces noemt men een homeopathische potentie.

En hiermee komen we bij de homeopathische verdunning. Hahnemann was namelijk op basis van zijn eigen ervaring tot de conclusie gekomen dat zijn homeopathische middelen best in zo klein mogelijke dosissen konden toegediend worden en daarvoor moest er verdund worden. Heel erg verdund.

In het geval van Oscillococcinum bedraagt de verdunning 200K. Dit wil zeggen dat de verdunning uitgevoerd is op de manier die Korsakov voorschreef. Ik ga er voorzichtig van uit dat de methode van Korsakov het “ritueel vergelijkbaar met Hahnemaniaanse homeopathie” is, waarnaar Afis verwees. Hoewel er verschillende manieren zijn om homeopathische verdunningen uit te voeren en weer te geven, berusten ze allemaal op hetzelfde principe.

De oertinctuur wordt in een glazen recipiënt vermengd met alcohol, verdund met water en dan met een ferme slag geschud, liefst tegen een licht-elastisch oppervlak. De diepgelovige Hahnemann gebruikte hiervoor naar eigen zeggen een in leder gebonden Bijbel. Na die eerste handeling is het product verdund: één druppel oertinctuur wordt gemengd met 99 druppels water. Hahnemann zou dan de verdunde substantie, 1C, overgegoten hebben in een nieuwe glazen recipiënt. De meer pragmatische Korsakov kapte het glas leeg en beschouwde wat bleef hangen aan de binnenkant als 1/100 van het originele middel: 1K. Heel ver zat hij er trouwens niet naast: wat achterblijft in het glas is inderdaad ongeveer een honderdste.

En dat proces wordt herhaald: er wordt telkens gezorgd dat één druppel product van de vorige cyclus in de beker verdund wordt met 99 druppels nieuw, zuiver water. Hahnemann gebruikte meestal alcohol voor zijn producten, tussen haakjes. Nadat daar mee geschud is, wordt die nieuwe verdunning van 1/100 aangevuld met 99 druppels nieuw, zuiver water enzovoort.

In het geval van Oscillococcinum met 200K van keer en van Korsakov! Dit wil ook zeggen dat 200C eigenlijk gelijk is aan 200K. Hoewel, een beetje homeopaat zal volhouden dat een product gemaakt volgens de methode Korsakov, andere werkingen heeft dan wanneer het gemaakt zou zijn volgens de traditionele methode van Hahnemann.

In het geval van massageproduceerde Oscillococcinum gebruikt Boiron één ‘gepotientieerde’ suikerpil en laat men de verdunning ‘verdampen’ over de andere granules of globules. En als bij wonder gebeurt dat ‘verdampen’ gelijkmatig over elke globule!

Gebruikt men zuiver water bij het verdunnen, dan zou er na dertien van zulke cyclussen, bij 13C of 13K dus, zich wiskundig gezien geen enkele molecule van de originele substantie, van de voorgestelde actieve stof, meer in de verdunning bevinden. Met andere woorden, bij 13C of 13K is het product 100 procent hulpstof, water dus, en 0 procent actief bestanddeel. En dat is weinig voor een geneesmiddel. Ik wil er even tussen gooien dat de Franse apotheek Soin et Nature zelfs producten van Boiron aanbiedt met een verdunning tot 100.000K!

En ik ga opnieuw naar de Nederlandstalige bijsluiters voor Nederland en Vlaanderen: in geen van beide legt de producent uit wat 200K betekent: “Het actieve bestanddeel is Anas barbariae, hepatis et cordis extractum 200 K”, lees ik in de Nederlandse. In de Vlaamse moet je ook dat als patiënt zelf maar afleiden. De bijsluiters vermelden niet wat 200K precies betekent.

De uitleg is dat het geschud ervoor zorgt dat de actieve stof van de moedertinctuur wordt overgedragen aan de verdunnende stof en dat die potentie per cyclus verhoogt. De veronderstelde medicinale energie, de ziel van de oertinctuur, wordt doorgegeven. Meer hierover in het tweede deel. Laat ons evenwel niet vergeten dat het hier gaat over de vermeende medicinale eigenschappen, over de ziel dus van eendenlever en eendenhart.

Nog één weetje om dit eerste deel af te sluiten: in de loop der jaren veranderde de indicatie van Oscillococcinum, vertelt de Vereniging tegen Kwakzalverij: “bof, kanker, syfilis en tuberculose worden niet meer op de bijsluiter genoemd, slechts griepachtige toestanden. Het zou deze zowel kunnen voorkomen als genezen.” Hoe minder indicaties de bijsluiter aangaf, hoe commercieel succesvoller het product werd.

Dank voor het luisteren.

Mijn naam is Frank. Pseudowetenschap en complottheorieën: dat zijn mijn onderwerpen. En die benader ik skeptisch en rationeel. Zo beeld ik mij toch in.

Voor zover ik weet, is er geen enkele organisatie, vzw, broederschap, groot-loge, religieuze orde, geheime dienst, nest reptielmensen of wat dan ook, die wil dat ik in hun naam schrijf of praat.

Ik ben er zeker van dat mijn uitleg voor verbetering vatbaar is en ik sta dan ook open voor correcties en aanvullingen. U weet mij te vinden.

Verder lezen

Filip Van BEURDEN: 200 jaar homeopathie. Een onverdund kritische bespreking, 2018.
Oerdegelijk overzicht van de geschiedenis van de homeopathie. Dit boek verscheen in de reeks ‘De Skeptische Kijk’, een samenwerking tussen uitgeverij ASP en SKEPP, de Belgische Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale.

David CANTOR [red.]: Reinventing Hippocrates, 2001.
Interessante essaybundel over de vele interpretaties van Hippocrates en zijn geschriften door de eeuwen heen.

Norbert FRAEYMAN: Kritische reflecties over alternatieve geneeswijzen, 2010.
De titel zegt het. In 13 jaar tijd is het boek alles behalve verouderd.

Shares
Frank Verhoft Geschreven door:

Verhalen over oude en nieuwe complotverhalen, pseudowetenschap en desinformatie. Volg me op Mastodon.